hoe wordt wol gemaakt

Wol is een van onze lievelingsmaterialen. Hieronder delen we onze passie graag met u, onze klant. Dit is een korte geschiedenis van wol als kledingtextiel en een inkijk in het fascinerende productieproces achter al uw wollen kledingstukken van dit jaar.

Neolithicum en Babyloniërs
Zoals dat het geval bij de meeste gebruiken van de vroegste mensen vermoeden antropologen dat het menselijk gebruik van wol voortkomt uit overlevingsdrang. Het vroegste bewijzen van wolgebruik dateren uit het Neolithicum. Dierenpels beschermde hier de mens tegen de koude. Niet enkel de warmte en het comfort, maar ook de duurzaamheid van de stof zorgde er al snel voor dat de mens systematische processen opstartte en instrumenten ontwikkelde voor de winning en bewerking van wol. Al 4000 jaar voor onze jaartelling droegen Babyloniërs grof geweven, wollen kleding.

Engeland en Vlaanderen
De bron van alle wolproductie is uiteraard de kudde. Het ontwikkelen en onderhouden van kuddes woldragende dieren is dan ook voornaam in de wolgeschiedenis. Het schaap trad daarbij al snel op de voorgrond als de meest praktische leverancier. Op de bloei van echte wolhandel is het wel nog wachten tot in de elfde en twaalfde eeuw. Twee regio’s namen daarbij het voortouw: de hoeders van Engeland en de wevers van Vlaanderen. Engelse wol bewerkt door Vlaamse wevers werd een topproduct.

Hedendaagse situatie
Vandaag de dag is wol het basisproduct van een globale industrie. Topleveranciers van ruwe wol zijn Australië, Argentinië, USA en Nieuw Zeeland. Australische wol is daarbij goed voor ongeveer een vierde van de wereldproductie. Grootste consument van woltextiel is USA. De globale output van deze sector wordt geschat op 7,2 miljard euro per jaar. Hoewel katoen ondertussen de meest populaire plant en stof is, blijft wol de voornaamste dierlijke bron voor textiel. Het schaap blijft de voornaamste leverancier, maar ook andere dieren produceren (als dusdanig erkende) wol, zoals sommige kamelen, geiten en konijnen.

Wetenschappelijk
In wetenschappelijke termen is wol een type proteïne, genaamd keratine. De lengte van een wolhaar varieert tussen 3,8 en 38 centimeter, afhankelijk van het dierenras. Elk stukje wol omvat drie essentiële componenten: de cuticula, de cortex en de medulla.
De eerste component is de uitwendige laag, een bescherming die eruitziet als de schubben van een vis. Wanneer twee wolhaartjes in contact komen, zullen deze ‘schalen’ elkaar vastgrijpen en in elkaar haken. Het is deze fysische eigenschap die het (relatief) eenvoudig maakt om wol te spinnen (zie hieronder).
De cortex is vervolgens de innerlijke structuur van de wol. Hij bestaat uit miljoenen sigaarvormige cellen. Bij natuurlijke kleurwol bevatten deze cellen melanine (pigment). Hun onderlinge verhoudingen zijn verantwoordelijk voor de unieke krimpcapaciteiten van de wolvezel.
De medulla, tot slot, wordt meestal niet teruggevonden in de fijnere soorten wol. Het is een celserie (gelijkend op een honingraat) die luchtruimte creëert tussen centrum en buitenlaag. Zo krijgt wol zijn isolerende kracht. De stof kan hierdoor warmtetransfers beperken.
Wolvezel heeft verder veel affiniteit met water (hydrofiel). Hierdoor is het gemakkelijk te verven. Hoewel het een goede isolator is, verschroeit en verkleurt wol wel bij hoge temperaturen. De wolvezel is ook maar beperkt elastisch. Hij kan slechts 25 tot 30% uitgerekt worden vooraleer te breken. Bovendien heeft wol de natuurlijke neiging om te krimpen wanneer het nat is.

Scheren
Het productieproces van textielwol kent nog altijd dezelfde start als zoveel jaren geleden. Specifiek voor schapen geldt dat ze meestal een keer per jaar geschoren worden, in de lente. Een ervaren scheerder kan tot tweehonderd schapen scheren op een dag. De fleece van 1 schaap kan tussen 2,7 en 8,1 kilogram wegen en wordt zoveel als mogelijk in één beweging afgeschoren. Hoewel de meeste schapen nog steeds met de hand geschoren worden, maken computertechnologieën en robotica ook in dit vakgebied stilaan hun opmars.

Graderen
Eens geschoren worden de fleeces gegradeerd op basis van algemene kwaliteit. Tijdens het sorteren wordt zo’n vacht opgedeeld in verschillende secties, al naargelang de kwaliteit van de wolvezels en de lichaamsdelen die de vacht eens bedekte. De beste wol vindt u aan de schouders en de zijden van het schaap. Deze wordt gebruikt voor kledingproductie. Van mindere kwaliteit is de wol afkomstig van de onderpoten. Deze wordt gebruikt in de tapijtindustrie. Bij het graderen staat kwaliteitswol overigens niet altijd gelijk aan duurzame wol.

Schoonmaken en schuren
Wol die rechtstreeks van het schaap (of een ander brondier) komt, noemt men ruwe wol of vetwol. Die bevat bestanddelen zoals vuil, vet, zand en gedroogd zweet (‘suint’). Deze vervuilers zijn goed voor 30 tot zelfs 70% van het totale gewicht. Hun verwijdering is een hele klus. Hiervoor wordt een fleece verschillende keren geschuurd in een serie alkaline-baden (water, zeep en alkali). Dat proces levert een aantal interessante bijproducten op, zoals lanoline, dat gebruikt wordt in verschillende huishoudproducten.
Aan het eind van de rit wordt de wolvacht droog gerold. Tijdens dit proces wordt overtollig water uit de vacht geknepen. Die mag daarbij echter niet helemaal opdrogen en wordt achteraf zelfs vaak nog bewerkt met olie. Zo blijft en wordt de wol namelijk gemakkelijker te behandelen.

 

Kaarden
Na het schuren is alle vuil nog steeds niet uit de wol verwijderd. Resterend vuil wordt daarom nog weg gekaard. Een kaard is een soort van kam met metalen tanden. Zij zullen de wol niet alleen verder zuiveren, maar tegelijk ook gladmaken en in slierten samenbrengen. Wol bedoeld voor kamgaren (‘Worste(a)d’) zal nu twee processen ondergaan: kieuwen en kammen. Zo worden de korte vezels verwijderd en de langere vezels netje parallel geschikt. Gladdere slierten worden ook nog ‘getrokken’, d.i. compacter en dunner gemaakt.

Spinnen
Deze laatste processen worden niet toegepast op wol bedoeld voor wolgaren (‘Woolen’). Die wordt onmiddellijk naar de spinnerij gestuurd. Hier wordt garen gesponnen. Het wordt gevormd door wolvezels samen te brengen in een streng. Die strengen (twee, drie of meer) worden vervolgens weer samengebracht met andere strengen. Aangezien wolvezels, zoals we hierboven zagen, de eigenschap hebben om bij contact in elkaar te haken, laten ze zich gemakkelijk uitrekken en samenspinnen. Het gewonnen garen wordt op een bobijn of kegel gewonden, of in een wolrol verzameld.

Weven
Tussen wol en woltextiel staat nu nog het weefgetouw. Wolfabrikanten maken gebruik van drie basisweefgetouwen: effen binding (basisbinding, lakenbinding, linnenbinding), keperbinding (atlasbinding, twill) en satijnbinding (zeilen e.d.). Wolgaren wordt meestal met het eerste type weefgetouw tot textiel geweven. Effen binding maakt immers een iets losser weefsel mogelijk met een zachtere oppervlakte en weinig of geen glans.
Met kamgaren kan men wel aan keperbinding doen. Dat resulteert in zeer fijn textiel met exquise patronen. De stof wordt hier dichter geweven en zachter. Het is meer gestroomlijnd (o.a. door het noppen). Aangezien kamgaren beter geproduceerd wordt dan wolgaren textiel is het duurzamer en ook duurder.

Afwerking
Zowel kamgaren als wolgaren weefsels ondergaan na het weven een reeks afwerkingen. Hiertoe behoort eerst en vooral het vollen (het vervilten) van de wol. De wol wordt ondergedompeld in een heftig water- en smeermengsel om de vezels beter te laten aansluiten op elkaar. Ook de eventuele wolkleuring behoort tot deze processen, net als het decanteren of krimpvrij maken van het textiel.

Bijproducten
Zoals we hierboven al kort zagen, is afvalmanagement erg belangrijk voor de wolindustrie. Aandacht voor dit domein heeft hier een directe impact op de winstmarges. Grofweg wordt wolafval opgedeeld in vier klassen: kammelingen, zacht afval, hard afval en eindafval.
Kammelingen zijn de voornaamste afvalbron van de industrie. Het zijn korte vezels die tijdens het kammen van de langere wolslierten worden gescheiden. Hun conditie is excellent. Daarom is hun kwaliteit gelijk aan die van onbewerkte wol. Kammelingen worden dan ook hergebruikt in producten van hoge kwaliteit.
Zacht afval bevat eveneens kwaliteitsvol materiaal. Dit zijn de vezels die tijdens het kaarden en spinnen wegvallen. Dit materiaal wordt meestal meteen hergebruikt, nog binnen het proces waar het eerst als afval opduikt.
Hard afval wordt gegenereerd door spinnen, wringen, winden en warpen. Dit materiaal heeft veel meer bewerkingen nodig vooraleer het kan worden hergebruikt. Het is bovendien per definitie van mindere kwaliteit en waarde.
Eindafval omvat een brede variëteit van overschotten, korte eindjes, proefstukken en defecten. Omdat de materialen hier zo divers worden, vereist de verwerking van dit soort afval vooral veel sorteerwerk en de nodige reinigingen. Daarna is nog slechts een beperkt deel van het afval bruikbaar. Eindafval is dan ook de laagste graad van afval in de wolindustrie.

Kwaliteitscontrole
Tot slot rest de fabrikant natuurlijk nog de eindcontrole. Vlekken en kleine gebreken worden daarbij al aangepakt nog voor de eindprocedures beginnen. Kwaliteit is in de wolindustrie voorts nog steeds voornamelijk een zaak van goede ogen, een goed aanvoelen van het materiaal en een goed gevoel voor maat, inclusief nauwkeurig meetwerk. Resterende losse draadjes worden ondertussen verwijderd met pincet-achtige instrumenten genaamd noppenijzers, terwijl knopen naar de achterkant van het doek worden gedrukt.

Ziezo. Nu is uw wol klaar om al die getalenteerde ontwerpers te dienen en het beste in uw kleding naar boven te halen. Geniet ervan, dat doen wij ook. Wilt u ondertussen alvast graag zelf een nieuwe wollen mannentrui kopen? Surf dan snel naar onze shop, surf naar dit jaar.

 

No more articles